ECLI:NL:RBDHA:2023:17245
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. Eiser voerde aan dat hij vanwege bedreigingen in Ivoorkust en Frankrijk niet veilig is en dat de Franse autoriteiten hem niet effectief kunnen beschermen.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de staatssecretaris op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten besluiten om de aanvraag toch in behandeling te nemen vanwege bijzondere individuele omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris een discretionaire bevoegdheid heeft en dat deze terughoudend wordt getoetst.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Frankrijk geen effectieve bescherming kan krijgen. Het feit dat eiser geen aangifte heeft gedaan en dat de daders onbekend zijn, is onvoldoende om te concluderen dat de Franse autoriteiten hem niet kunnen beschermen. Ook de psychische gevolgen en zijn status als artiest rechtvaardigen geen uitzondering.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.