ECLI:NL:RBDHA:2023:17250
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit vreemdeling ongegrond verklaard
Eiseres, een vrouw van Chinese nationaliteit, kreeg op 2 februari 2023 een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van vier weken. Zij stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag. Tijdens de zitting op 26 oktober 2023 was eiseres niet aanwezig vanwege verhindering. De rechtbank behandelde het beroep op basis van het dossier en de schriftelijke stukken.
De rechtbank oordeelde dat eiseres wel degelijk procesbelang had, maar dat haar eerste beroepsgrond faalde. Zij stelde dat zij niet was gewezen op het recht op een advocaat en het indienen van een schriftelijke zienswijze, maar uit het proces-verbaal bleek dat zij het recht op een advocaat kende en geen advocaat wenste. Daarnaast is het niet verplicht om de mogelijkheid tot schriftelijke zienswijze aan te bieden.
De tweede beroepsgrond, dat individuele omstandigheden in het kader van artikel 8 EVRM Pro meegewogen moesten worden, werd eveneens verworpen. De rechtbank benadrukte dat bij het opleggen van een terugkeerbesluit geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro plaatsvindt. Eiseres was niet rechtmatig in Nederland en had een vertrekverplichting, die zij inmiddels had nageleefd. Voor een beoordeling van familie- en gezinsleven in relatie tot verblijfsrecht moet een aparte aanvraag worden ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en eiseres moet Nederland verlaten.