Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen met de motivering dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter verwijst naar een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak (zaaknummer NL23.32492) en oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.