ECLI:NL:RBDHA:2023:17267
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand op grond van Participatiewet
Verzoeker heeft op 18 juli 2023 een aanvraag ingediend voor bijstand met ingang van 1 maart 2023, waarbij hij aangaf tijdelijk bij zijn broer te wonen en geen inkomsten te hebben sinds 8 maart 2023 vanwege ziekte. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft de aanvraag op 9 oktober 2023 afgewezen wegens onvoldoende informatie om het recht op bijstand vast te stellen.
Tijdens de aanvraagprocedure heeft het college meerdere malen om aanvullende documenten gevraagd, waaronder financiële stukken van verzoekers bedrijf, bewijsstukken omtrent een BMW die op verzoekers naam stond, en belastingaangiften. Verzoeker heeft niet alle gevraagde informatie tijdig of volledig aangeleverd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege het ontbreken van andere inkomsten, maar dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De verstrekte informatie was onvoldoende, met name over de bedrijfsmatige situatie en de BMW. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan op 14 november 2023 door de voorzieningenrechter J.B. Wijnholt en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het recht op bijstand.