ECLI:NL:RBDHA:2023:17295
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken van wrakingsgronden
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters die betrokken waren bij twee zaken betreffende dwangbevelen en griffierechten. Hij stelde dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding zou zijn, maar gaf geen concrete feiten of omstandigheden die dit onderbouwen.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, waarvoor bijzondere omstandigheden nodig zijn. Het verzoek van verzoeker voldeed niet aan deze wettelijke vereisten omdat het geen concrete wrakingsgronden bevatte.
Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd het proces in de hoofdzaak voortgezet zoals het was. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd niet noodzakelijk geacht. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingskamer verklaart het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wegens ontbreken van concrete wrakingsgronden.