ECLI:NL:RBDHA:2023:17309
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming na beëindiging recht
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om het recht op tijdelijke bescherming van verzoeker te beëindigen per 4 september 2023. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens verzocht om een ordemaatregel die de uitvoering van het besluit zou schorsen totdat het beroep inhoudelijk is beoordeeld.
Op 9 november 2023 heeft de voorzieningenrechter het verzoek behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De rechter heeft vastgesteld dat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard en dat verzoeker niet zal worden uitgezet totdat in hoger beroep is beslist.
Gezien deze omstandigheden acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening of ordemaatregel niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en geen uitzetting zal plaatsvinden tijdens hoger beroep.