ECLI:NL:RBDHA:2023:17309

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 november 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
NL23.31192
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming na beëindiging recht

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om het recht op tijdelijke bescherming van verzoeker te beëindigen per 4 september 2023. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens verzocht om een ordemaatregel die de uitvoering van het besluit zou schorsen totdat het beroep inhoudelijk is beoordeeld.

Op 9 november 2023 heeft de voorzieningenrechter het verzoek behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De rechter heeft vastgesteld dat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard en dat verzoeker niet zal worden uitgezet totdat in hoger beroep is beslist.

Gezien deze omstandigheden acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening of ordemaatregel niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en geen uitzetting zal plaatsvinden tijdens hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.31192

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C. Verbaas).

Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) [1] en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit), [2] eindigt op 4 september 2023.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL23.31190.
Op 1 oktober 2023 heeft verzoeker verzocht een ordemaatregel te treffen, inhoudende dat verweerder zich onthoudt van iedere uitvoeringshandeling totdat de rechtbank tot een zorgvuldige beoordeling van het beroep heeft kunnen komen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 november 2023 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker en dat beroep ongegrond verklaard. Verder is gebleken dat verzoeker niet zal worden uitgezet totdat is beslist in hoger beroep. Onder deze omstandigheden is een voorlopige voorziening of ordemaatregel niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.J.A. Hessels, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Richtlijn 2001/55/EG betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
2.Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Pro de Richtlijn, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan.