ECLI:NL:RBDHA:2023:17324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
Eiseres, van Syrische nationaliteit, diende op 22 juni 2023 een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiseres geen nieuwe elementen of bevindingen had aangevoerd die relevant zijn voor de beoordeling, verwijzend naar een eerder besluit van 27 augustus 2021 waarin haar aanvraag ook niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege een verblijfsvergunning in Roemenië.
Eiseres voerde aan dat zij niet adequaat gelegenheid had gekregen tot het indienen van een zienswijze, maar de rechtbank oordeelde dat zij voldoende gelegenheid had gekregen en dat de staatssecretaris niet onzorgvuldig had gehandeld. Daarnaast stelde eiseres dat zij geen internationale bescherming meer geniet in Roemenië na het verlopen van haar verblijfsvergunning, maar zij onderbouwde deze stelling niet.
De rechtbank concludeerde dat het verlopen van de verblijfsvergunning niet automatisch betekent dat de beschermingsstatus is beëindigd en dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat er geen nieuwe relevante elementen zijn. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.