Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
diezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straffen
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
7.De vordering van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit een
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
100 (honderd) uren;
50 (vijftig) dagen;
de benadeelde partij [slachtoffer 2], te betalen een bedrag van
€ 710,- (zegge: zevenhonderdtien euro),bestaande uit € 210,- aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de benadeelde partij [slachtoffer 2], zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
de benadeelde partij [slachtoffer 2]gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
de benadeelde partij [slachtoffer 2]meer of anders gevorderde;
de benadeelde partij [slachtoffer 2]te betalen
€ 710,- (zegge: zevenhonderdtien euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 november 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op
0 (nul) dagen;
de benadeelde partij [slachtoffer 2], waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
de benadeelde partij [slachtoffer 1], te betalen een bedrag van
€ 1.748,90 (zegge: zeventienhonderd achtenveertig euro en negentig eurocent), bestaande uit € 1.248,90 aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de benadeelde partij [slachtoffer 1], zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
de benadeelde partij [slachtoffer 1]gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
de benadeelde partij [slachtoffer 1]meer of anders gevorderde;
de benadeelde partij [slachtoffer 1]te betalen
€ 1.748,90 (zegge: zeventienhonderd achtenveertig euro en negentig eurocent),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 november 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op
0 (nul) dagen;
de benadeelde partij [slachtoffer 1], waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.