ECLI:NL:RBDHA:2023:17416
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging voorlopig verblijf op grond van motiveringsgebrek
Eiseres, een Syrische vrouw gehuwd met een Nederlandse referent, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om regulier in Nederland te verblijven met haar minderjarige dochter. Verweerder wees de aanvraag af vanwege onvoldoende duurzame middelen van bestaan en een negatieve belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro.
Eiseres betoogde in beroep dat verweerder ten onrechte het middelenvereiste toepaste en onvoldoende rekening hield met de belangen van haar minderjarige dochter, die medische klachten heeft, en dat verweerder niet heeft getoetst aan artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn (Gri). Op zitting werd verwezen naar recente jurisprudentie die bevestigt dat toetsing aan artikel 17 Gri Pro vereist is, ook als reeds een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro is gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder inderdaad niet aan artikel 17 Gri Pro heeft getoetst, wat een motiveringsgebrek oplevert. Dit gebrek kan niet worden hersteld tijdens het beroep, zodat het bestreden besluit wordt vernietigd. Verweerder wordt opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen met inachtneming van de actuele feiten en omstandigheden, waaronder de nieuwe arbeidsovereenkomst van referent.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter Kerstens-Fockens en griffier Roks en is openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen met inachtneming van artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn.