ECLI:NL:RBDHA:2023:17423
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens gebrek aan spoedeisend belang en ongeschiktheid schadevergoeding als voorlopige maatregel
Verzoeker heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een verzoek tot schadevergoeding van €250.000 ingediend, dat op 23 juni 2023 is afgewezen. Vervolgens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tot betaling van €2.000.000. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 oktober 2023 behandeld.
De voorzieningenrechter heeft verzoeker vrijgesteld van het betalen van griffierecht. Uit de overwegingen blijkt dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft gesteld; hij gaf aan rustig de tijd te willen nemen. Zelfs als er sprake zou zijn van spoedeisendheid, kan een verzoek om schadevergoeding niet leiden tot een voorlopige voorziening omdat een schadevergoeding geen voorlopige maatregel is en bewijslevering in deze procedure niet aan de orde is.
Op de zitting heeft verzoeker toegegeven geen bezwaar te hebben gemaakt tegen een besluit uit 2016 en geen behoefte te hebben aan herbeoordeling van arbeidsvermogen of schuldhulpverlening. Verzoeker gaf aan dat hij zijn voormalige bewindvoerders moet benaderen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en ongeschiktheid van schadevergoeding als voorlopige maatregel.