ECLI:NL:RBDHA:2023:17424
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij verwijtbare werkloosheid
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 3 november 2023 het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat zijn uitkering op grond van de Werkloosheidswet niet werd uitbetaald wegens verwijtbare werkloosheid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang, omdat niet was gebleken dat verzoeker zich in een acute financiële noodsituatie bevond. Hoewel verzoeker schulden had en betalingsachterstanden bij onder meer een energieleverancier en de huur, ontbrak bewijs van onomkeerbare situaties zoals afsluiting van nutsvoorzieningen of ontruiming van de woning.
Daarnaast had verzoeker niet gereageerd op de expliciete vraag of hij een bijstandsaanvraag had ingediend, waardoor de voorzieningenrechter aannam dat dit niet het geval was. Gezien deze omstandigheden kon het verzoek niet worden toegewezen. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.