ECLI:NL:RBDHA:2023:17441
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De staatssecretaris nam later een inwilligend besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd met negen maanden op grond van het WBV 2022/22 en artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en het beroep niet ontvankelijk.
Omdat het beroep niet ontvankelijk was, was er geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker, wat een vereiste is voor proceskostenveroordeling volgens artikel 8:75a Awb. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot proceskostenveroordeling als kennelijk ongegrond af.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.