ECLI:NL:RBDHA:2023:17442
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering bij afwijzing verblijfsvergunning familie- of gezinslid
Eiser, die circa 35 jaar in Nederland woont en een langdurige relatie heeft met een Nederlandse partner met wie hij drie dochters heeft, verzocht om een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid. Het primaire besluit en het daaropvolgende bezwaarbesluit van verweerder wezen deze aanvraag af. De rechtbank behandelde het beroep op 11 oktober 2023 en oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro in het nadeel van eiser uitvalt.
Eiser heeft een leven opgebouwd in Nederland, spreekt voldoende Nederlands en woont al die jaren in gezinsverband. Hij heeft gewerkt in kassen en slachthuizen en heeft het gezin onderhouden, hoewel hij momenteel zonder rechtmatig verblijf is en vrijwilligerswerk verricht. De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de belangen van eiser en dat er geen concrete belangen van de Nederlandse staat zijn die de afwijzing rechtvaardigen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en draagt verweerder op om opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering; verweerder moet opnieuw beslissen.