ECLI:NL:RBDHA:2023:17444
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen verwijderingsmaatregel wegens ontbreken rechtmatig verblijf Unieburger
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser, een Unieburger met de Poolse nationaliteit, tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Het primaire besluit dateert van 13 december 2022 en het bezwaar werd op 14 april 2023 afgewezen.
De rechtbank overwoog dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Ondanks zijn langdurig verblijf van ruim 15 jaar in Nederland, had eiser geen vaste woon- of verblijfplaats, verrichtte geen arbeid, was geen ondernemer, studeerde niet en beschikte niet over voldoende eigen middelen. Tevens was geen sprake van aantoonbare sollicitaties of een bijzondere band met Nederland. Eiser leidde een zwervend bestaan en veroorzaakte overlast, onder meer door winkeldiefstallen.
Gelet op deze omstandigheden mocht de staatssecretaris het belang van de Nederlandse samenleving bij verwijdering zwaarder laten wegen dan het individuele belang van eiser. De rechtbank oordeelde verder dat het besluit niet in strijd is met het lex certa-beginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit kon standhouden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verwijderingsbesluit blijft in stand.