ECLI:NL:RBDHA:2023:17445
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens te late indiening en ongeschiktheid tussenbeslissing als wrakingsgrond
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde over gezag en omgangsregeling van hun minderjarige dochter. Zij stelde dat de rechter onpartijdig was vanwege onbehouwen gedrag tijdens zittingen op 27 mei 2022 en 2 februari 2023 en onjuiste tussenbeslissingen.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek voor zover gebaseerd op het verloop van de zittingen te laat was ingediend, omdat het verzoek pas op 4 april 2023 werd gedaan terwijl de feiten al tijdens de zittingen bekend waren. Voor het deel dat gebaseerd was op de tussenbeslissing van 2 maart 2023 werd het verzoek afgewezen omdat een rechterlijke tussenbeslissing geen grond voor wraking kan zijn.
De wrakingskamer besloot verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren voor het te late deel en het verzoek af te wijzen voor het deel over de tussenbeslissing. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek deels niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en deels afgewezen omdat tussenbeslissing geen wrakingsgrond is.