Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 10 juli 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 3 januari 2023 al een asielaanvraag in België had ingediend. België werd daarom verantwoordelijk geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet op België van toepassing zou zijn vanwege zijn kwetsbare medische situatie en het risico op dakloosheid in België. Tevens stelde hij dat zijn aanvraag in België als opvolgende aanvraag zou worden behandeld, waardoor hij geen opvang zou ontvangen. Daarnaast stelde hij dat verweerder de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken vanwege zijn medische situatie en familiebanden in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat België verantwoordelijk blijft voor de aanvraag, gelet op de acceptatie van het terugnameverzoek door België en het feit dat de aanvraag in België als eerste aanvraag wordt behandeld. De rechtbank ging mee in de stelling van verweerder dat België de eiser als kwetsbare vreemdeling zal erkennen en opvang zal bieden, ondersteund door brieven van Belgische autoriteiten. Ook indien eiser niet als kwetsbare vreemdeling wordt aangemerkt, is er toegang tot basisvoorzieningen. De persoonlijke ervaringen van eiser in België konden dit oordeel niet veranderen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen toepassing gaf aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening en dat de aanwezigheid van familie in Nederland geen bijzondere omstandigheid vormt die overdracht aan België zou verhinderen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.