ECLI:NL:RBDHA:2023:17452

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 november 2023
Publicatiedatum
15 november 2023
Zaaknummer
NL23.34204
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is sinds 31 augustus 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 2 november 2023.

De rechtbank overweegt dat eerdere uitspraken van 22 september 2023 en 30 oktober 2023 het voortduren van de maatregel tot 24 oktober 2023 als rechtmatig hebben beoordeeld. Het geschil richt zich daarom op de rechtmatigheid van de maatregel sinds die datum. Eiser voert summiere beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van voortvarendheid in de uitzettingsprocedure en gebrek aan zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn.

De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft toegelicht waarom eerdere oordelen onjuist zouden zijn en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een ander oordeel rechtvaardigen. De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat er wel degelijk zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De ambtshalve toetsing leidt eveneens niet tot een ander oordeel.

Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.34204

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser], eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft op 31 augustus 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft daarop geen reactie gegeven.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 2 november 2023 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2000 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. Deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, heeft op 22 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14569, uitspraak gedaan in het eerste beroep tegen de maatregel. Vervolgens heeft deze rechtbank, deze zittingsplaats op het eerste vervolgberoep beslist in de uitspraak van 30 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16562. Dit betekent dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek dat aan die laatste uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van het onderzoek, 24 oktober 2023, rechtmatig is.
4. De gronden die eiser in zijn beroepschrift aanvoert zijn summier. Eiser voert aan dat het niet deugdelijk is om informatie uit het voortgangsrapport te interpreteren. Verweerder had nader moeten toelichten of sprake was van voortvarend handelen. Daarnaast is er volgens eiser geen zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn.
5. De rechtbank stelt vast dat eiser dit vervolgberoep heeft ingesteld op de datum waarop uitspraak is gedaan op het vorige vervolgberoep. In die uitspraak heeft de rechtbank geen aanleiding gezien voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser naar Marokko. Voor zover eiser daarmee wil zeggen dat de rechtbank dat ten onrechte geoordeeld heeft en dat zij het voortgangsrapport in dat beroep verkeerd heeft geïnterpreteerd, volgt de rechtbank dat niet. Eiser heeft niet uitgelegd waarom dat oordeel onjuist zou zijn. Evenmin hebben zich sinds het sluiten van het onderzoek in het vorige vervolgberoep feiten en omstandigheden voorgedaan die aanleiding zijn voor de rechtbank om hierover anders te oordelen.
6. Eisers beroepsgrond dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko heeft hij niet onderbouwd. Ook daarover heeft de rechtbank in de uitspraak van 30 oktober 2023 reeds geoordeeld dat er zicht is op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn.
Evenmin is gebleken van gewijzigde omstandigheden op grond waarvan de rechtbank nu tot een ander oordeel moet komen. De rechtbank volstaat dan ook met een verwijzing naar wat daarover in deze uitspraak is overwogen.
7. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van
de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig
moment onrechtmatig was. [1]
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 in de