ECLI:NL:RBDHA:2023:17458
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inwilliging asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat hij vanwege zijn medische situatie niet aan Duitsland kan worden overgedragen, omdat hij afhankelijk is van medische zorg in Nederland en vreest dat hij in Duitsland geen adequate behandeling zal ontvangen. Ook wees hij op eerdere afwijzing van zijn asielaanvraag in Duitsland en de mogelijke terugkeer naar Azerbeidzjan.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ertoe leidt dat Nederland ervan uit mag gaan dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt, tenzij eiser aannemelijk maakt dat dit niet het geval is. Eiser slaagde hier niet in. Duitsland heeft bovendien garanties gegeven dat de asielaanvraag volgens Europese richtlijnen wordt behandeld en dat uitzetting naar Azerbeidzjan niet zal plaatsvinden indien dat strijdig is met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank concludeerde dat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat een uitzondering op de overdracht gerechtvaardigd is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.