ECLI:NL:RBDHA:2023:17654
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in ontbindingszaak arbeidsovereenkomst
De wrakingskamer van de rechtbank Den Haag heeft op 2 januari 2023 het wrakingsverzoek van verzoeker tegen de kantonrechter in een arbeidsovereenkomstontbindingszaak afgewezen. Verzoeker stelde dat de kantonrechter vooringenomen was omdat deze mediation had voorgesteld ondanks zijn ziekte, en dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden. Ook werd aangevoerd dat de kantonrechter het proces-verbaal niet had mogen ondertekenen na indiening van het wrakingsverzoek.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek grotendeels gebaseerd was op procedurele beslissingen, die niet als grond voor wraking kunnen dienen. De kamer vond geen objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid, mede omdat de gemachtigde van verzoeker het standpunt namens hem had toegelicht, waardoor hoor en wederhoor niet geschonden was. De aanvullende wrakingsgrond over het proces-verbaal werd te laat ingediend en buiten beschouwing gelaten.
De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen en de procedure wordt voortgezet.