ECLI:NL:RBDHA:2023:17664
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na behandeling beroep
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 27 oktober 2023 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 15 november 2023 behandeld. Verzoekster is niet verschenen en heeft tijdig bericht van verhindering gedaan. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak op het beroep in zaaknummer NL23.34582 die gelijktijdig is gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Het verzoek wordt daarom afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.