ECLI:NL:RBDHA:2023:17674
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming na beëindiging
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. Dit recht werd door verweerder beëindigd per 4 september 2023. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 14 november 2023 te Groningen. Tijdens de zitting waren de gemachtigden van beide partijen aanwezig. De rechtbank heeft het hoofdberoep ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na ongegrondverklaring van het hoofdberoep.