ECLI:NL:RBDHA:2023:17676
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen te lage dwangsom bij niet tijdig beslissen door gemeente
Eiser diende bezwaar in tegen een proef voor verkeersveiligheid en kreeg geen tijdige beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk. Na een ingebrekestelling en het uitblijven van een besluit, stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen en de hoogte van de dwangsom.
Verweerder besloot uiteindelijk alsnog op het bezwaar, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat de dwangsom over een periode van veertien dagen verschuldigd was en stelde deze vast op €322,-, hoger dan de door verweerder berekende €299,-.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De rechtbank verwierp het coulancebod van verweerder als onvoldoende tegemoetkoming en benadrukte dat de zaak van licht gewicht was, omdat het uitsluitend ging om de overschrijding van de beslistermijn en de hoogte van de dwangsom.
Uitkomst: Het beroep tegen het dwangsombesluit is gegrond verklaard en de dwangsom vastgesteld op €322,-; het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk.