ECLI:NL:RBDHA:2023:17681
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming na beëindiging recht
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, kreeg op 22 augustus 2023 bericht dat haar recht op tijdelijke bescherming volgens Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 zou eindigen. Hiertegen stelde zij beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om verweerder te verbieden uitvoeringshandelingen te verrichten totdat het beroep inhoudelijk was beoordeeld.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 14 november 2023 te Groningen, waar verzoekster en haar gemachtigde verschenen, evenals een tolk. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard en dat verzoekster een asielaanvraag heeft ingediend die in Nederland mag worden afgewacht.
Gezien deze omstandigheden achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening of ordemaatregel niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het beëindigen van het recht op tijdelijke bescherming wordt afgewezen.