ECLI:NL:RBDHA:2023:17690
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit staatssecretaris
Verzoeker, een Guinese nationaliteit dragende persoon, stelde bezwaar tegen een uitzettingsbesluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 6 september 2022. Gelijktijdig verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitzetting zou worden opgeschort totdat op het bezwaar was beslist.
De staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 7 mei 2023 en maakte verzoeker duidelijk dat hij de behandeling van het beroep niet in Nederland mocht afwachten. Verzoeker stelde vervolgens beroep in tegen dit besluit, geregistreerd onder zaaknummer AWB 23/5808.
De voorzieningenrechter verstond het oorspronkelijke verzoek om voorlopige voorziening als een verzoek om opschorting van de uitzetting tot op het moment van de beroepsbeslissing. Nu het beroep ongegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te kennen.
Het verzoek wordt daarom afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.