ECLI:NL:RBDHA:2023:17701

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 november 2023
Publicatiedatum
20 november 2023
Zaaknummer
SGR 22/1395
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Participatiewetartikel 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken gevraagde informatie onterecht verklaard

Eiser ontving sinds 2019 bijstand naar de daklozennorm. Verweerder trok de bijstandsuitkering per 1 september 2021 in omdat eiser niet tijdig de gevraagde informatie over zijn verblijfplaatsen en inspanningen tot het vinden van woonruimte had verstrekt. Eiser voerde aan dat hij door ziekte (Corona) niet kon reageren en was bang om anderen zijn post te laten ophalen.

De rechtbank overwoog dat verweerder zich op het standpunt stelde dat eiser vanaf 1 september 2021 bijstand naar de daklozennorm moet ontvangen, mede omdat vanaf 17 november 2021 bijstand werd toegekend na een latere aanvraag zonder onrechtmatigheden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit.

Daarnaast werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. Er was geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding omdat eiser geen professionele rechtsbijstand had ingeschakeld.

De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Paridon op 8 november 2023 en is in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/1395

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2023 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

(gemachtigde: mr. L. Catakli).

Inleiding

Bij besluit van 12 oktober 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de bijstandsuitkering van eiser op grond van de Participatiewet (Pw) per 1 september 2021 ingetrokken.
Bij besluit van 18 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2023. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Eiser ontvangt sinds 14 mei 2019 bijstand naar de norm voor een alleenstaande, waarop 18% van het netto minimumloon in mindering wordt gebracht omdat eiser geen woonkosten betaalt (kortweg: daklozennorm)
1.2.
Bij brief van 25 augustus 2021 heeft het hoofd Intensieve Begeleiding van de gemeente Den Haag eiser verzocht om informatie over zijn verblijfplaatsen van de afgelopen maand, zijn bankafschriften en inspanningen om woonruimte te vinden. Bij besluit van 14 september 2021 heeft de domeinmanager Inkomensondersteuning van de gemeente Den Haag de betaling van de bijstandsuitkering vanaf 1 september 2021 stopgezet, omdat eiser niet de gevraagde informatie heeft overgelegd. Daarbij is aan eiser gevraagd om voor 28 september 2021 contact op te nemen met verweerder. Bij besluit van 28 september 2021 heeft verweerder de bijstandsuitkering van eiser opgeschort, omdat eiser niet de gevraagde informatie heeft overgelegd en geen contact heeft opgenomen. Verweerder heeft eiser verzocht om voor 12 oktober 2021 alle gegevens te overleggen waar hij om heeft gevraagd.
1.3.
Bij primair besluit heeft verweerder de bijstandsuitkering van eiser per 1 september 2021 ingetrokken omdat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Het tegen het primaire besluit gemaakte bezwaar is door verweerder bij het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hieraan ligt ten grondslag dat niet is gebleken dat eiser niet in staat was binnen de gestelde termijn te reageren. Nu hij niet tijdig heeft gereageerd kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
2. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Hij heeft aangevoerd dat hij te ziek was om te reageren. Hij had Corona en was bang voor Corona. Hij wist niet dat hij andere mensen zijn post op kon laten halen. Vanaf 17 november 2021 heeft hij wel weer bijstand ontvangen.

Beoordeling door de rechtbank

3.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van het beroep heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat gelet op de bijzondere omstandigheden van deze zaak aanleiding bestaat om eiser vanaf 1 september 2021 bijstand naar de daklozennorm, zoals die toen gold, toe te kennen. Hierbij heeft verweerder meegewogen dat aan eiser naar aanleiding van een latere aanvraag vanaf 17 november 2021 bijstand naar de daklozennorm is toegekend. Uit die aanvraag en de bankafschriften die hij daarbij heeft overgelegd, is niet gebleken van onrechtmatigheden.
3.2.
Nu verweerder zich op het standpunt heeft gesteld dat eiser van 1 september tot 17 november 2021 bijstand dient te ontvangen naar de daklozennorm zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren, het bestreden besluit vernietigen en het primaire besluit herroepen.
4. Nu het beroep gegrond is, draagt de rechtbank verweerder op om het griffierecht dat door eiser is betaald te vergoeden.
5. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding, omdat eiser zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleend. [1]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • herroept het primaire besluit;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaatst treedt van het bestreden besluit;
  • bepaalt dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 50,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Paridon, rechter, in aanwezigheid van mr. L.Z. Meijer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie artikel 1, aanhef, onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.