ECLI:NL:RBDHA:2023:17712
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terrasvergunning voor terras breder dan eigen gevel niet onredelijk
Eiser heeft een vergunning aangevraagd voor een zomer- en winterterras met een breedte van 13,3 meter, terwijl de gevel van het bedrijfspand slechts 5 meter breed is. Verweerder heeft de aanvraag gedeeltelijk afgewezen en slechts een vergunning verleend voor een terras dat gelijk is aan de gevelbreedte.
De aanvraag is ter advisering voorgelegd aan verschillende instanties, waaronder de Adviescommissie Openbare Ruimte (ACOR), die negatief adviseerde vanwege het beschermen van het uiterlijk aanzien van de gemeente. Verweerder heeft het advies van de ACOR gevolgd en de vergunning beperkt tot de gevelbreedte.
Eiser betoogde dat het advies van de ACOR onvoldoende gemotiveerd was en dat hij toestemming had van zijn buren om het terras deels voor hun gevel te plaatsen. De rechtbank oordeelde dat het advies van de ACOR voldoende gemotiveerd was en dat toestemming van buren geen voorwaarde is voor het verlenen van een bredere terrasvergunning.
De rechtbank stelde vast dat de beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2016 niet kennelijk onredelijk is en dat verweerder in redelijkheid het terras breder dan de gevel heeft geweigerd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke afwijzing van de terrasvergunning is ongegrond verklaard.