ECLI:NL:RBDHA:2023:17720
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG bevestigd door rechtbank
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij zijn recht op tijdelijke bescherming, zoals bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, wordt beëindigd per 4 september 2023. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden.
Eiser stelde dat de staatssecretaris niet bevoegd was om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen en dat hij in Nederland een toekomst wil opbouwen met werk, wonen, studie en gezinsleven. Hij heeft aangegeven te integreren en dat zijn werkgever bezig is met een werkvisum voor hem. De rechtbank oordeelde echter dat deze belangen onvoldoende concreet en onderbouwd waren om het besluit te weerleggen.
De rechtbank bevestigde dat de staatssecretaris bevoegd is de tijdelijke bescherming te beëindigen, mede gelet op een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin deze bevoegdheid werd bevestigd. De rechtbank wees erop dat eiser opvang blijft ontvangen en 24 weken per jaar mag werken gedurende zijn asielprocedure, en dat hij een andere verblijfsvergunning kan aanvragen voor werk of gezinsleven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit van de staatssecretaris in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.