Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoeker;
- de officier van justitie;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag op 13 januari 2023 een wrakingsverzoek beoordeeld dat was ingediend door een verdachte tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde. Het verzoek tot wraking werd ingediend nadat de rechter op 28 december 2022 al een einduitspraak in de hoofdzaak had gedaan.
De verzoeker stelde dat de rechter partijdig was omdat het vonnis niet op alle verweren was ingegaan en de verdediging niet serieus werd genomen. De wrakingskamer oordeelde echter dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat de hoofdzaak is afgedaan met een einduitspraak. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Er vond geen mondelinge behandeling plaats omdat de wet dit alleen voorziet voor de beoordeling van de gegrondheid van een wrakingsverzoek en het verzoek niet ontvankelijk was. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen als niet-ontvankelijk omdat het na einduitspraak werd ingediend.