Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 14 september 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwistte de rechtmatigheid van deze bewaring en stelde beroep in, tevens aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring rechtmatig was omdat deze noodzakelijk was voor het verkrijgen van gegevens voor de asielaanvraag en vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Hoewel eiser een geldig Marokkaans paspoort had, was er sprake van een eerdere illegale inreis en het gebruik van verschillende persoonsgegevens in Nederland en Zweden, wat de bewaring rechtvaardigde.
Eiser voerde aan dat een lichter middel passend was, maar de rechtbank vond dat gezien het risico op onderduiken en eerdere vertrek tijdens een asielprocedure, bewaring gerechtvaardigd bleef. De rechtbank concludeerde dat de bewaring op geen moment onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.