ECLI:NL:RBDHA:2023:17768
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht ongegrond verklaard over handelwijze voormalige beschermingsbewindvoerder bij schuldhulpverlening en WSNP
De huidige beschermingsbewindvoerder diende een klacht in tegen de voormalige bewindvoerder wegens het te snel doorleiden van betrokkenen naar schuldhulpverlening en de WSNP, waardoor voorschotten op een letselschade-uitkering niet ten goede kwamen aan betrokkenen maar aan schuldeisers. De klacht betrof onder meer het niet beschikbaar stellen van voorschotten voor herstel en een moeizame dossieroverdracht.
De kantonrechter nam kennis van de klacht, de reactie van de voormalige bewindvoerder en behandelde de zaak ter zitting. De voormalige bewindvoerder stelde dat de spoedeisende situatie, waaronder dreigende woningontruiming en afsluiting van nutsvoorzieningen, een snelle schuldenregeling noodzakelijk maakte. Voorschotten op letselschade werden geparkeerd vanwege onduidelijkheid over bestemming en wettelijke schuldsaneringsregels.
De kantonrechter oordeelde dat de klacht onvoldoende onderbouwd was en het doel van de klachtprocedure, namelijk verbetering van het handelen tijdens het bewind, hier niet meer van toepassing was omdat de voormalige bewindvoerder al was ontslagen. Ook was niet aangetoond dat concrete verzoeken tot uitbetaling van letselschadevoorschotten ten onrechte waren geweigerd. De klacht werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De klacht tegen de voormalige beschermingsbewindvoerder wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.