ECLI:NL:RBDHA:2023:17794
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. D.R. van der Meer, rechter in bestuursrechtelijke zaken, naar aanleiding van een zitting op 8 december 2022. Hij stelde dat de rechter bevooroordeeld was vanwege het afwijzen van verzoeken en onjuiste uitspraken, en vreesde partijdigheid.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek tijdig moet worden ingediend zodra de aanleiding bekend is. Het verzoek van verzoeker kwam pas meer dan een maand na de zitting binnen, zonder voldoende reden voor deze vertraging. De stelling van ontoerekeningsvatbaarheid werd niet als voldoende verklaring geaccepteerd.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd de procedure in de hoofdzaak voortgezet. De wrakingskamer benadrukte dat zij niet inhoudelijk oordeelt over klachten over de rechterlijke behandeling, maar alleen over de ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.