ECLI:NL:RBDHA:2023:17807
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit mvv-nareis met oplegging dwangsommen en vergoeding proceskosten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft beslist.
De aanvraag werd op 21 september 2022 afgewezen, en het bezwaarschrift werd op 17 oktober 2022 ingediend. Verweerder bevestigde de ontvangst pas op 11 januari 2023 en had uiterlijk op 10 mei 2023 moeten beslissen, maar deed dit niet. Eiser stelde verweerder op 28 augustus 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 28 september 2023 het beroep in, wat tijdig was.
De rechtbank legt op grond van de Awb een termijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €418,50 en vergoeding van het griffierecht van €184. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 21 november 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van twintig weken op voor besluitvorming en veroordeelt verweerder tot betaling van dwangsommen en proceskosten.