ECLI:NL:RBDHA:2023:17837
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard tegen buitenbehandelingstelling Woo-verzoeken wegens misbruik van recht
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om haar Woo-verzoeken buiten behandeling te stellen wegens vermeend misbruik van recht door haar gemachtigde. Verweerder stelde dat de gemachtigde op kennelijk onredelijke wijze gebruik maakte van het bestuursrecht, met als doel de afhandeling van Woo-verzoeken te bemoeilijken. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster zelf niet het verwijt van misbruik van recht kon worden gemaakt en dat het besluit om haar verzoeken buiten behandeling te stellen op grond van het gedrag van haar gemachtigde evident onrechtmatig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat verweerder een duidelijke keuze moet maken: of het vermoeden van samenhang tussen verzoekster en haar gemachtigde wordt onderzocht en onderbouwd, of dat het verband onvoldoende duidelijk is om verzoekster misbruik van recht te verwijten. Omdat verweerder dit niet had gedaan en ook geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om de gemachtigde te weigeren op grond van artikel 2:2 Awb Pro, was het besluit onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder alsnog op de Woo-verzoeken moet beslissen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan verzoekster.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen op de Woo-verzoeken.