ECLI:NL:RBDHA:2023:17874

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 november 2023
Publicatiedatum
21 november 2023
Zaaknummer
NL23.7395
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 42 lid 4 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling bij ingetrokken beroep asielaanvraag

Verzoeker diende op 10 maart 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 28 april 2022. De staatssecretaris nam op 29 juni 2023 een inwilligend besluit. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank overwoog dat de beslistermijn door een wettelijke verlenging pas op 28 juli 2023 zou eindigen, waardoor de ingebrekestelling van 21 februari 2023 prematuur was. Zonder intrekking zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard.

Omdat geen sprake was van ontvankelijk beroep en geen gedeeltelijk tegemoetkomen, bestaat geen grond voor proceskostenvergoeding. Het verzoek wordt daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het beroep prematuur was en niet-ontvankelijk zou zijn geweest.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.7395

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Verzoeker heeft op 10 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 28 april 2022.
Verweerder heeft op 29 juni 2023 een inwilligend besluit genomen op de aanvraag.
Verzoeker heeft op 4 juli 2023 het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Verzoeker heeft de aanvraag ingediend op 28 april 2022. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van verzoeker op 28 oktober 2023 eindigen. De staatssecretaris heeft echter, met inwerkingtreding van het WBV 2022/22, de beslistermijn van asielaanvragen die nog niet waren verstreken op 27 september 2022 met negen maanden verlengd. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in de uitspraak van haar meervoudige kamer van 26 april 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:6050) geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze zaak van dat oordeel af te wijken. De verlenging van de beslistermijn is daarom ook in deze zaak rechtsgeldig. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn daarom pas zou zijn geëindigd op 28 juli 2023. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 21 februari 2023 prematuur is ingediend. Als het beroep niet was ingetrokken, was het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
4. Nu er geen sprake was van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a van de Awb en bestaat er geen grond om een proceskostenvergoeding toe te kennen. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling dan ook af als kennelijk ongegrond.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Hessels, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.