Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een staatloze Palestijnse vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij haar partner in Nederland. Haar aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het inburgeringsvereiste en geen ontheffing werd verleend. Eiseres stelde dat de veiligheidssituatie in Syrië niet wezenlijk was veranderd en dat zij ontheffing behoorde te krijgen, verwijzend naar rapporten en het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank stelde vast dat eiseres in beginsel inburgeringsplichtig is en geen inspanningen had verricht om het examen af te leggen. De eerdere ontheffing gold slechts voor die procedure, waardoor het vertrouwensbeginsel niet was geschonden. Verweerder had op basis van recente ambtsberichten geoordeeld dat de veiligheidssituatie in Syrië was verbeterd, met name in de woonplaats van eiseres, zodat van haar verwacht mocht worden het examen af te leggen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen bijzondere individuele omstandigheden had aangevoerd die ontheffing rechtvaardigen. Het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkbare zaken wezenlijk verschilden. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro was zorgvuldig en er was een fair balance tussen het belang van eiseres en het algemeen belang van Nederland. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de ontheffing van het inburgeringsvereiste wordt ongegrond verklaard.