ECLI:NL:RBDHA:2023:17888
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 17 juli 2022. De staatssecretaris heeft later een inwilligend besluit genomen, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn rechtsgeldig is verlengd met negen maanden door het WBV 2022/22, waardoor de termijn pas op 17 oktober 2023 zou eindigen. De ingebrekestelling van verzoeker was daarom prematuur en het beroep niet ontvankelijk.
Omdat er geen sprake was van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker, bestaat geen grond voor proceskostenvergoeding. Het verzoek wordt dan ook afgewezen als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep niet ontvankelijk was door een geldige verlenging van de beslistermijn.