ECLI:NL:RBDHA:2023:17889

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2023
Publicatiedatum
21 november 2023
Zaaknummer
SGR - 23 _ 2196
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht

Verzoeker is onvrijwillig ingeschreven in het Centraal register uitsluiting kansspelen (Cruks) en heeft bezwaar gemaakt tegen deze inschrijving. Hij heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter om deze inschrijving te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en vastgesteld dat het griffierecht van €184,- niet tijdig door verzoeker is betaald. Verzoeker is hierover door de griffier aangetekend geïnformeerd en gewezen op de gevolgen van niet-tijdige betaling, maar heeft geen geldige reden voor het verzuim gegeven.

Hoewel verzoeker in de hoofdprocedure een verzoek om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht heeft ingediend, is dit verzoek in de voorlopige voorzieningsprocedure niet tijdig ingediend. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk volgens de Awb.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/2196
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 april 2023 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

en

de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker is onvrijwillig ingeschreven in het Centraal register uitsluiting kansspelen (Cruks). Hij heeft daartegen bezwaar gemaakt en heeft de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om zonder zitting uitspraak te doen. [1]

Overwegingen

1. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. [2] Voor deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 184,-. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht de betrokkene niet kan worden toegerekend.
2. De griffier heeft verzoeker een aangetekende nota verzonden. In de nota is verzoeker erop gewezen dat het griffierecht binnen twee weken moet zijn betaald en dat anders het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Verzoeker heeft het griffierecht niet op tijd betaald en heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.
3. De voorzieningenrechter is gebleken dat verweerder inmiddels op 4 april 2023 op het bezwaar van verzoeker heeft beslist en dat verzoeker beroep heeft ingesteld tegen dat besluit. In die beroepsprocedure heeft de rechtbank op 17 april 2023 een handgeschreven brief van verzoeker ontvangen. Voor zover de brief van verzoeker moet worden opgevat als een verzoek om vrijstelling van het griffierecht in beide procedures wegens betalingsonmacht overweegt de voorzieningenrechter dat verzoeker in deze voorlopige voorzieningsprocedure niet tijdig heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. In de nota van 24 maart 2023 is verzoeker erop gewezen dat als hij het griffierecht niet kan betalen, hij een beroep kan doen op ‘betalingsonmacht’ en dat hij het verzoek om ontheffing van betaling van het griffierecht moet doen binnen twee weken na de datum op de nota.
4. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van Y.E. de Loos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2023.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.

Voetnoten

1.Zie artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb).
2.Op grond van artikel 8:82 in Pro samenhang met 8:41 van de Awb.