ECLI:NL:RBDHA:2023:17904
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 14 augustus 2023, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als ongegrond.
De rechtbank heeft eiser schriftelijk verzocht om uiterlijk 28 augustus 2023 aan te geven waarom hij het niet eens is met het besluit, oftewel om zijn beroepsgronden kenbaar te maken. Eiser heeft hier niet op gereageerd en heeft geen geldige reden gegeven voor het ontbreken van deze beroepsgronden.
Op de zitting van 3 oktober 2023, waar eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren, heeft de rechtbank het beroep behandeld en direct uitspraak gedaan. Gezien het ontbreken van beroepsgronden verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De rechtbank baseerde haar beslissing op artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat een beroepschrift gemotiveerd moet zijn. Het ontbreken van deze motivering zonder geldige reden leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.