ECLI:NL:RBDHA:2023:17906
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wijziging verblijfsvergunning naar humanitair niet-tijdelijk wegens ontbreken geldige mvv
Eiser diende een aanvraag in om het doel van zijn verblijfsvergunning te wijzigen naar 'humanitair niet-tijdelijk'. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en er geen reden was om hem daarvan vrij te stellen. Eiser voerde aan dat hij in aanmerking kwam voor voortgezet verblijf als slachtoffer van mensenhandel en dat toepassing van de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro tot een ander oordeel moesten leiden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag als een eerste toelating heeft beoordeeld en het mvv-vereiste van toepassing is, mede omdat eiser de aanvraag te laat heeft ingediend. De rechtbank vond dat verweerder de belangenafweging zorgvuldig en gemotiveerd had gemaakt, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van eisers trauma, zijn sociale netwerk in Nigeria, en de opvang- en behandelingsmogelijkheden bij terugkeer.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat toepassing van de hardheidsclausule of het EVRM tot een vrijstelling van het mvv-vereiste zou moeten leiden. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiser niet tot betaling van griffierecht wegens onvoldoende middelen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een geldige mvv.