ECLI:NL:RBDHA:2023:1792
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 november 2021. Tijdens het beroep heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen en een verblijfsvergunning verleend met terugwerkende kracht tot de datum van de aanvraag.
Naar aanleiding van deze beslissing heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog tijdig te beslissen en dat het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond is.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.