ECLI:NL:RBDHA:2023:17925
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan inkomenseis en belangenafweging gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn partner, de referente, die niet voldoet aan de inkomenseis. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard, waarna eiser zich tot de rechtbank wendde.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat de referente niet aan het middelenvereiste voldoet en dat er geen aanwijzingen zijn dat zij blijvend niet in staat is om te werken. De rechtbank weegt mee dat de gemeente de referente niet heeft vrijgesteld van de sollicitatieplicht en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van medische beperkingen of onmogelijkheid tot arbeid.
Verder acht de rechtbank de belangenafweging zorgvuldig, waarbij het gezinsleven wordt erkend maar niet per definitie zwaarder weegt dan de belangen van de staatssecretaris. De rechtbank concludeert dat eiser en referente zelf de huidige situatie hebben veroorzaakt door vertrek en terugkeer tussen Duitsland en Nederland, zonder dat is aangetoond dat de referente niet naar Duitsland kan terugkeren.
Ook de aangevoerde internationale verdragsbepalingen en richtlijnen bieden geen grond voor toewijzing. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.