ECLI:NL:RBDHA:2023:17952

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 november 2023
Publicatiedatum
22 november 2023
Zaaknummer
NL23.25209
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne niet onzorgvuldig

De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser, een Nigeriaanse derdelander die tijdelijke bescherming genoot op grond van de EU-richtlijn voor Oekraïense vluchtelingen, beoordeeld. Verweerder had besloten de tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023. Eiser had hiertegen bezwaar gemaakt en zijn zienswijze ingebracht.

De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is bevestigd dat verweerder bevoegd is om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen. De rechtbank acht het besluit zorgvuldig voorbereid en oordeelt dat verweerder terecht heeft afgezien van een individueel gehoor. De door eiser aangevoerde omstandigheden, waaronder zijn studie in Oekraïne en verblijf in Nederland, bieden geen grond om het besluit aan te tasten.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot vernietiging van het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat het besluit geen terugkeerbesluit betreft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A.W. Wassink en openbaar gemaakt op 22 november 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.25209

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. F.A. Broersma),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 24 augustus 2023, waarbij verweerder aan eiser heeft medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit), eindigt op 4 september 2023.
1.1.
Op 3 juli 2023 heeft verweerder zijn voornemen kenbaar gemaakt om de tijdelijke bescherming van eiser op 4 september 2023 te beëindigen. Eiser heeft zijn zienswijze ingebracht. Verder is het bestreden besluit genomen, waartegen het beroep zich richt.
1.2.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2023 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de beëindiging van de tijdelijke bescherming aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Bij uitspraak van 30 oktober 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats geoordeeld dat verweerder bevoegd was de tijdelijke bescherming voor de groep die is aangeduid als facultatieve groep te beëindigen (ECLI:NL:RBDHA:2023:16291). Wat namens eiser daartegen in deze zaak is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.
4. Eiser is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven over het (voorgenomen) besluit. Onder verwijzing naar de hiervoor onder 3. genoemde uitspraak (rechtsoverweging 7.2.) is de rechtbank van oordeel dat verweerder heeft kunnen afzien van een individueel gehoor. De rechtbank is daarom van oordeel dat het besluit niet onzorgvuldig is voorbereid.
5. Uit de door eiser overgelegde stukken blijkt dat in mei 2021 aan eiser een visum voor Oekraïne is afgegeven en daarna een tot mei 2022 geldende tijdelijke verblijfsvergunning. Ter zitting is naar voren gebracht dat eiser in Oekraïne heeft gestudeerd, dat hij in Nederland op zoek is naar een vergelijkbare studie en dat hij in de tussentijd werkt. De rechtbank ziet in hetgeen door (de gemachtigde van) eiser naar voren is gebracht geen grond voor het oordeel dat verweerder geen gebruik kon maken van de bevoegdheid de tijdelijke bescherming te beëindigen.
6. Het verzoek het terugkeerbesluit te vernietigen kan de rechtbank niet volgen. Omdat eiser een asielaanvraag heeft ingediend is het besluit van 24 augustus 2023 geen terugkeerbesluit. Dit is ook in het besluit vermeld.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak bekend is gemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.