ECLI:NL:RBDHA:2023:17952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne niet onzorgvuldig
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser, een Nigeriaanse derdelander die tijdelijke bescherming genoot op grond van de EU-richtlijn voor Oekraïense vluchtelingen, beoordeeld. Verweerder had besloten de tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023. Eiser had hiertegen bezwaar gemaakt en zijn zienswijze ingebracht.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is bevestigd dat verweerder bevoegd is om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen. De rechtbank acht het besluit zorgvuldig voorbereid en oordeelt dat verweerder terecht heeft afgezien van een individueel gehoor. De door eiser aangevoerde omstandigheden, waaronder zijn studie in Oekraïne en verblijf in Nederland, bieden geen grond om het besluit aan te tasten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot vernietiging van het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat het besluit geen terugkeerbesluit betreft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A.W. Wassink en openbaar gemaakt op 22 november 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.