ECLI:NL:RBDHA:2023:17958
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging tijdelijke bescherming
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zijn recht op tijdelijke bescherming eindigt per 4 september 2023. Dit besluit is gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 november 2023 tijdens een zitting te Groningen, waarbij zowel verzoeker als zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig waren. Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in het hoofdberoep (zaaknummer NL23.26565), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming is afgewezen.