ECLI:NL:RBDHA:2023:17959
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming van een Iraanse derdelander in Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag het beroep behandeld van een Iraanse derdelander tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023.
De eiser voerde aan dat de beëindiging onzorgvuldig was, mede vanwege zijn werk en overplaatsing, en dat hij eerst over zijn asielmotieven had moeten worden gehoord. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was het besluit te nemen en dat er geen individuele hoorplicht bestond, mede gelet op eerdere jurisprudentie. De asielaanvraag van eiser was reeds ingediend en er was voldoende gelegenheid geweest om zijn zienswijze te geven.
De rechtbank zag geen grond voor het toekennen van een schadevergoeding wegens overplaatsing en wees het verzoek om aanhouding of schorsing van de procedure af. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.