ECLI:NL:RBDHA:2023:1796

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2023
Publicatiedatum
17 februari 2023
Zaaknummer
NL22.19216
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens alsnog besluit asielaanvraag

Verzoeker heeft op 26 september 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 maart 2022. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris bij besluit van 27 december 2022 alsnog de asielaanvraag ingewilligd. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen tijdens het beroep. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond is en stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een puntentelling en wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.19216

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. L.I. Siers),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: R. van der Heijden).

Procesverloop

Verzoeker heeft op 26 september 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 maart 2022.
Bij besluit van 27 december 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
Verzoeker heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten.
Verweerder heeft op 24 januari 2023 gereageerd.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen.
3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 837,-- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van mening dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 418,50
(vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.