ECLI:NL:RBDHA:2023:17960
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging tijdelijke bescherming
Verzoeker, van Iraanse nationaliteit, had een beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn recht op tijdelijke bescherming werd beëindigd per 4 september 2023. Verzoeker verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening om de beëindiging tijdelijk te stuiten.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 7 november 2023, gelijktijdig met de hoofdzaak (zaaknummer NL23.28470). Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het beëindigen van het recht op tijdelijke bescherming is afgewezen.