De rechtbank Den Haag heeft op 22 november 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, een Iraanse derdelander, beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen.
Eiser stelde primair dat hij niet tot de doelgroep behoorde waarvoor de tijdelijke bescherming kon worden beëindigd, onder meer omdat hij mogelijk een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in Oekraïne had. Deze stelling werd niet onderbouwd en eiser overhandigde slechts een tijdelijke verblijfsvergunning met een einddatum in december 2022. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij tot een uitzonderingsgroep behoorde.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd bevestigd dat de staatssecretaris bevoegd was om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen. Eiser had de mogelijkheid om zijn zienswijze te geven en werd vertegenwoordigd tijdens de zitting. De rechtbank zag geen grond om het besluit te vernietigen of om een schadevergoeding toe te kennen wegens overplaatsing in het kader van zijn asielprocedure.
Het verzoek om aanhouding of schorsing van de procedure in afwachting van een uitspraak van de Raad van State werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.