ECLI:NL:RBDHA:2023:17964
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, heeft in Nederland asiel aangevraagd, maar Nederland heeft het verzoek niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser betoogde dat overdracht aan Duitsland onevenredige hardheid zou veroorzaken vanwege zijn medische toestand en familiebanden in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de medische omstandigheden van eiser, hoewel problematisch, niet zodanig ernstig zijn dat overdracht aan Duitsland moet worden afgewezen. Er is geen bewijs dat eiser onder specialistische behandeling staat of dat overdracht leidt tot een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheid. Ook is het vertrouwen in de medische zorg in Duitsland gerechtvaardigd.
Daarnaast achtte de rechtbank de familiebanden met broer en zus in Nederland niet bijzonder genoeg om af te zien van overdracht, mede omdat de Dublinverordening reeds regels bevat over gezinshereniging. Het beroep op het unierechtelijke evenredigheidsbeginsel slaagde niet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen overdracht aan Duitsland wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.