ECLI:NL:RBDHA:2023:17979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne door staatssecretaris
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
Na het buiten behandeling stellen van zijn asielaanvraag en het kenbaar maken van het voornemen tot beëindiging, bracht eiser een zienswijze in waarop de staatssecretaris adequaat heeft gereageerd. De rechtbank oordeelt dat het besluit voldoende ingaat op de door eiser aangevoerde argumenten, waaronder de vermeende strijd met Unierecht en het beginsel van gelijke behandeling.
De rechtbank bevestigt voorts de bevoegdheid van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen, zoals eerder vastgesteld in een uitspraak van 30 oktober 2023. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.