ECLI:NL:RBDHA:2023:17982
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne door staatssecretaris
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als derdelander uit Oekraïne te beëindigen per 4 september 2023. De asielaanvraag van eiser was eerder buiten behandeling gesteld en hij had een zienswijze ingediend tegen het voornemen tot beëindiging.
De rechtbank beoordeelde of het bestreden besluit een adequate reactie gaf op de zienswijze van eiser. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom de zienswijze niet gevolgd werd, onder meer door in te gaan op jurisprudentie en het toepasselijke Unierecht. Tevens werd bevestigd dat de staatssecretaris bevoegd was om de tijdelijke bescherming van de facultatieve groep te beëindigen, zoals eerder vastgesteld in een uitspraak van 30 oktober 2023.
Eiser voerde aan dat de beëindiging niet kon plaatsvinden voor het bereiken van de maximale duur en dat gelijke behandeling met derdelanders met permanent verblijfsrecht ontbrak, maar deze argumenten werden door de rechtbank verworpen. Er werd geen aanleiding gezien om af te wijken van eerdere jurisprudentie en de gronden van eiser werden niet gegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.W. Wassink en griffier E.A. Ruiter op 22 november 2023 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.